mei 2007, De organisatie van de Nieuw Balinger survival !


Mogen wij U voorstellen....

Op een vroege zondagochtend trokken wij naar de pas ingerichte woning van één van onze verslaggeefsters en haar vriend, één van de organisators van de survival. Vroeg was het voor sommigen wel, omdat de avond ervoor een paar biertjes waren gedronken en het laat was geworden. Maar een kop koffie doet in dit geval wonderen. Dus de eerste vraag kon gesteld worden.

¯  Hoe lang bestaat de survival al? 15 Jaar, maar dit heeft al eerder in Kontakt gestaan.’ (Voor ons, verslaggeefsters, was het ook vroeg)

¯  Wie hebben er allemaal in de organisatie gezeten en zitten er nu nog in?

‘De huidige organisatie bestaat uit Dirk Tump, Henk Groote, Jacco Pol, Ronald Wobben en Steven Meems.’ (Steven was bij het interview niet aanwezig i.v.m. andere bezigheden). ‘Vroeger hebben in de organisatie gezeten: Willem Strijker, Tieme Mennink, Albertje Sok, Geert, Jan Slomp, Bert Warmelink, Cees Wielink. Tenminste dit zijn de mensen die wij ons kunnen herinneren. Mochten we iemand vergeten zijn, onze excuses hiervoor.’

Inmiddels wordt de tweede pot koffie gezet.

¯  Wat vonden jullie tot nu toe het spectaculairst?

Het unanieme antwoord, hoe kan het ook anders: ‘De tokkeltoren op het voetbalveld. Inmiddels nu zo’n twee jaar geleden.’

¯  En dan kom je automatisch bij: Wat is het grappigst wat jullie ’s nachts beleefd hebben?

(Er wordt nog steeds gewacht op de tweede pot koffie. Na controle in de keuken van onze verslaggeefster, bleek het koffiezetapparaat niet aangezet te zijn)

‘Echt hilarisch was dat Jan Wielink in de sloot lag. Bij het poolstokspringen bleef hij achter het stroomdraad haken. Of vrouwen die in het bos ’s nachts moeten plassen en dan beginnen te roepen “Joehoe, niet schijnen ik zit hier te plassen.” Toch moet er gezegd worden dat we veel respect hebben voor de damesploeg. Ze maken altijd heel veel kilometers maar komen altijd goedgemutst over de streep en eindigen meestal ergens in de middenmoot.’

¯  Hoeveel tochten hebben jullie zelf gelopen?

Dirk:’Geen een. Ik reed altijd rond in de auto, en zo ben ik er bij gehaald door Tieme en Albertje.’; Henk:’Zes keer.’; Jacco:’Vijf keer.’; Ronald:’Zes of zeven, weet het niet meer zo precies.’

En toen was er koffie. Duurt even maar dan heb je ook wat.

¯  Wat vinden jullie het zwaarst of vervelendst van het organiseren?

‘Zondagochtend vroeg uit bed. De vrouw die begint te zeuren dat je álweer bezig moet met de survival. Of bij een van de organisators binnenkomen en langs de wc gaan. Al een survival op zich. Het vervelendst van de tocht zelf, is zelf fouten maken of posten op de verkeerde plek zetten. Hopen dat er geen ongelukken gebeuren. Gelukkig zijn die nog nooit gebeurd.’

¯  Hoeveel mensen zijn er ’s nachts bezig voor de survival, lopers, organisatie, posten e.d.?

‘In totaal zo’n ongeveer 120 tot 150 personen. 50 mensen hiervan horen bij de organisatie. Er gaat ongeveer een half jaar overheen voordat de hele tocht rond is. Het bedenken van de opdrachten, route uitzetten, enzovoort.’

¯  Is deze tocht vergelijkbaar met de wampex of is deze zwaarder?

‘De tocht is niet vergelijkbaar. Volgens sommige lopers is deze tocht niet makkelijker dan de wampex. Maar de survival is nu moeilijker dan de allereerste survival. De tocht is langer geworden, de spelletjes zijn moeilijker geworden. Vooral ook omdat de kennis van de lopers is vergroot.’

¯  En als laatste vraag: Waar gaat de route dit jaar langs?

‘Via het bos, over de heide, langs de sloot en over de paden weer terug. Wel kunnen we een tipje van de sluier oplichten: de strippenroute zit er ook dit jaar weer in! En het kan ook nodig zijn om droge kleren mee te nemen.

Goed nieuws is dat in het kader van een jubileum survival, de tocht makkelijker is gemaakt, zodat iedereen fris en fruitig op het grote feest kan verschijnen.’

Het is ons gebleken dat het organiseren van een survivaltocht al een survivaltocht op zich is. Heren bedankt voor het interview en veel succes bij de komende jubileumtocht. Voor ons staan jullie in ieder geval al op nummer 1.

J, E en N.