november 2008, Hendrik Prins


De redactie van het Kontakt werd vorige week opgebeld door de heer Hendrik Prins wonende aan de Kievietstraat.

Hij wilde terug komen op een artikel ”Lancaster neergestort bij Nieuw Balinge” wat in een eerder Kontakt had gestaan. Volgens hem klopte een aantal zaken niet die daar waren opgeschreven. Hij wilde ons graag de juiste feiten weergeven. Aangezien wij voor een ander interview deze maand niet terecht konden togen wij afgelopen maandagavond richting Kievietstraat.

We vonden het al prachtig dat iemand een artikel zo goed leest en daar zelfs informatie aan toe wil voegen. Een bewijs dat het Kontakt heel goed wordt gelezen!

We kwamen bij een huis met grote beelden in de voortuin. Hendrik stond al te wachten op onze komst. Eindelijk kon hij zijn verhaal ook eens kwijt. In een huis vol bijzonder antiek namen wij plaats in de woonkamer. Natuurlijk wilde wij weten met wie we te maken hadden.

Het betreft hier Hendrik Prins 85 jaar oud. Hij is weduwnaar(2003) van Aaltje Lunenborg. Ze hadden 2 zoons en 2 dochters. Zoon Albert is al jong overleden. Hendrik is zijn werkzame leven begonnen bij Philips in Hoogeveen. Na 5 jaar is hij overgestapt naar Aardenburg NV conservenfabriek. Later overgenomen door Unilever. Hij werkte hier voornamelijk op het terrein van de fabriek. Hier deed hij het onderhoud. Mooi om te horen dat ze wel eens in de fabriek snoepte. Ze maakte er ook taarten. Hij is op het laatst afgekeurd vanwege hartklachten. Hij vond dit vreselijk omdat hij daar graag werkte.

Eindelijk komen we waar de heer Prins ons over gebeld heeft. In het artikel wordt er gezegd dat de Lancaster ED916 PM-‘J’ neergeschoten is in 1943 om 2.30 uur.

Volgens het verhaal van de heer Prins was dit niet 1943 maar eind 1942 en om ongeveer 22.30 uur.

Hij weet dit nog goed omdat hij die avond samen met Gerrit te Wijs vanuit Tiendeveen richting Nieuw Balinge aan het fietsen was.  Hij had daar een meisje, Eefje Willems(zij is al overleden) en was daar die avond op bezoek geweest. Onderweg terug zagen ze een vliegtuig aankomen al brandend en wel. Het vliegtuig cirkelde rond en kwam steeds lager. Thuisgekomen(hun huis stond op het plein waar nu het dorpshuis staat) heeft hij direct zijn ouders en broers Gerrit en Jan wakker gemaakt en deze zijn direct naar buiten gegaan. Op dat moment vloog het vliegtuig al brandend richting Tiendeveen. De heer Prins was toen even bang dat het in Tiendeveen zou neerstorten. Omdat ze toen ’s avonds niet naar buiten mochten vanwege de avondklok hoorde ze de volgende dag pas dat het vliegtuig bij het laatste huis van het oude plaggendorp was neergestort.

Het was achter het laatste huis van Koop Kreeft terecht gekomen. Het vliegtuig is later weggehaald met grote voertuigen.

Pas de volgende dag is de heer Prins samen met Gerrit te Wijs  gaan kijken. Hij weet nog goed dat ze vlakbij konden komen. Er waren op dat moment veel Duitsers bij het wrak wat nog nasmeulde. Ze hoorde van verre al knallen en dachten dat dit de munitie was die in het vliegtuig had gelegen. Ze zagen 2 bemannings leden dood liggen. Wat hem opviel was dat 1 van de bemanningsleden zijn vinger eraf was gesneden. Hij denkt zelf aan goud! Een ander bemanningslid werd op een draagbaar weggedragen.

Wanneer de heer Prins over de oorlog begint te praten raakt hij niet uitgepraat.

Mannen geboren in 1923 en 1924 moesten verplicht naar Hamburg om daar in de fabriek te werken. De heer Prins is toen in 1943 ondergedoken. Hij weet nog goed dat ze met 6 man in een groot gat bij iemand op het erf zaten. Ook hadden ze een schuilplaats vlakbij de ijsbaan. Hij heeft ook angstige momenten gehad toen ze plotseling in een huis binnenvielen waar ze ook een schuilplaats hadden. Ze zaten onder het hooi en hoorde de Duitsers praten. Er werd toen tegen zijn moeder gezegd dat ze hem wel zouden vinden. Dit heeft zijn moeder heel erg gevonden.  De heer Prins zijn moeder bleef echter volhouden dat hij in Hamburg zat en dat ze al lang niets meer van hem hadden gehoord.

We zeggen dat hij een boek moet schrijven. De verhalen zijn prachtig om te horen en wij kunnen de dingen goed voorstellen hoe het geweest moet zijn.

De heer Prins zegt nu nog heel vitaal te zijn en heeft veel meegemaakt. Hij heeft nu een vriendin, Leida Lindenberg uit Stadskanaal en deze komt vaak op bezoek. Hij gaat geregeld naar haar toe. Ze kunnen het goed met elkaar vinden.

Helaas is onze tijd op en moeten wij afscheid nemen.

We bedanken de heer Prins voor zijn aanvullingen en komen zeker nog eens terug om meer te horen.