Wat heb ik toch met …

 

 

februari 2012, Gerrit Kleine


 

Door de redactie gevraagd; ‘wat heb jij met Nw-Balinge’, begin ik mijnverhaal; In 1996 kwamen wij in Nw-Balinge te wonen. En voor mij voelde het direct al goed. Als jong ventje had ik al veel in Nw-Balinge vertoeft. Ik kwam in die tijd veel bij Evert en Gé Sok. Evert ventte destijds met eieren en daar hielp ik hem wel eens mee. Met zulk soort activiteiten kom je bij veel mensen over de vloer en leer je dus veel volk kennen. En dat vond ik altijd ook heel leuk als de oudere mensen vroegen; ‘van wie bin ie d’r iene?’ en dat ik dan trots kon antwoorden dat ik d’r iene was van ‘Jans de Bui’je’, want ik wist wel dat dat altijd reacties opriep. Mijn vader speelde accordeon en had op Nieuw-Balinge op menig schoolfeest, toneeluitvoering en bruiloft voor de muziek gezorgd. Niet alleen speelde hij accordeon, maar ook kon hij moppen tappen als geen ander. Hij was er bij de bevolking in de wijde omtrek om geliefd, zo ook op Nieuw-Balinge. Dus als ik dan zei dat hij mijn vader was, kwam daar vaak op terug; Oh, goh, van Jansie? Daor hebbe wi’j toch zo mit e lachen!’. En dan kwam er weer ’t een of ‘t ander op de proppen.

Maar goed, als je zo’n volle dag aan het sjouwen was om de mensen van hun dagelijks eitje te voorzien, dan had je ’s avonds flink honger. Ik weet nog goed dat Gé soms Sajoer kookte. Dat was een Indisch gerecht. Wat ze daar precies doorkookte weet ik niet, maar wel dat er gedroogde bonen door zaten. Die bonen reeg ze aan een draad en werden dus met schil en al gedroogd. Het was heel lekker…

Maar laat ik niet verder afdrijven…

Toen we nog maar pas in Nieuw-Balinge woonden, sprak ik Hennie Wielink (zaliger) en die zei tegen mij; ‘Gerrit, je moet zaterdags naar het voetbalveld gaan, dan zit je er gelijk tussen.’

En daar had hij natuurlijk groot gelijk in, want als je jezelf niet geeft op een dorp, wordt het nooit wat. Hennie’s goede raad heb ik trouwens nooit opgevolgd, want met voetbal heb ik niks. En wat je dan meestal krijgt is de ‘derde helft’…. En daar had ik, voordat we naar Nieuw-Balinge gingen, al verstand van. Nee, ik heb het gezocht in andere verenigingen. Biljarten en toneel waren meer mijn ding.

Biljarten doen we een half jaar, zolang de ‘r’ in de maand zit. Dus de zomermaanden heb ik alle tijd om ’s avonds in alle rust de vogels in het Mantingerveld te bekijken.

Trouwens, als ik mee wil doen met toneel, tref ik hetzelfde beeld, ook een wintergebeuren. Dat V.D.O. is een mooie toneelvereniging. Ik heb me wel eens slap gelachen om dolkomische situaties. Die keer dat Bennie Smale mijn zoon moest spelen vergeet ik nooit weer. Hij moest aardappels schillen en binnen de kortste tijd had hij ze vierkant! Toen kwakte hij ze met geweld in de pan dat het water van mijn bril droop. Ja, echt prachtig dat soort dingen! Maar je hebt natuurlijk ook met de keerzijde te maken wanneer je de vrouwen uit de broek ergert. Maar als dat niet ontaard in scheldpartijen is het denk ik eerder een bindende, dan een storende factor. Wanneer je elkaar fatsoenlijk kunt zeggen hoe je er over denkt, versterkt het de band. En daar gaat het om. Vooral in een dorpsgemeenschap, want daar kom je elkaar elke dag tegen. Als je regelmatig in het dorpshuis komt, word je van veel dingen gewaar. Op een gegeven moment werd er door Natuurmonumenten gidsen gevraagd om mensen van buitenaf, ons dorp en de mooie natuur rondom te laten zien. Nou, daar zijn wij met vier personen serieus op in gegaan. En nu is het zo dat drie er velddienst hebben en de vierde verzorgt de keuken en de zaal in samenwerking met Nico of Evert. Want het concept is dat wij de mensen laten genieten van de natuur en ze flink laten afpeigeren en dat ze dan dorstig en hongerig als wolven, weer bij het dorpshuis binnen vallen. We hebben al menige excursie gehad en steeds horen we positieve reacties. Ja, echt leuk om zoiets te doen.

En als ze mij nu vragen; wat heb jij met Nieuw-Balinge? Dan kan ik wel zeggen, genoeg om mij eer prettig te voelen en om er veel te komen.

Want dit moet ik er nog bij vertellen, na tien jaar prettig wonen in Nieuw-Balinge, kwam daar door interne moeilijkheden een einde aan en moest ik mijn heil elders gaan zoeken. Ik ben naar alle tevredenheid gesetteld aan de Hoogeveenseweg, maar dat is geen reden om Nieuw-Balinge te vergeten. En als ik in mijn auto stap om mij weer in het (bruisende) dorpsleven te storten, bekruipt me vaak het gevoel dat ik een goed lot getrokken heb, met zo’n mooi dorp om in om te gaan.

Gerrit Kleine.